| Plataanstraat 28 2023 SE HAARLEM Mail : info@pe-opleidingen.nl |
Tel : 023-5253672 Fax : 084-7378137 GSM : 06-48075507 |
FFP antwoorden juni 2010 examen
Antwoorden ffp mc examen 18 juni 2010
Pe-opleidingen.nl publiceert hierbij de antwoorden en uitgebreide toelichting bij het afgelopen ffp examen. Heeft u examen gedaan ? Kijk dan snel of u geslaagd bent voor het onderdeel meerkeuze / multiple choiche (mc) ! De federatie van gecertificeerde financieel planners (ffp) heeft gekozen voor de volgende antwoorden :
1a, 2d, 3b, 4c, 5a, 6d, 7d, 8c, 9b, 10d, 11c, 12b,
13a, 14a, 15a, 16b, 17a, 18a, 19d, 20a, 21a, 22b,
23c, 24c, 25c, 26d, 27c, 28a, 29a, 30b
Bezwaar tegen ffp examenvragen :
Bent u het niet eens met een antwoord van de ffp op een bepaalde vraag ? Neemt u dan svp contact met ons op ! Heeft u het examen niet behaald en wilt u bezwaar maken tegen de vragen ? Wij hebben aangegeven tegen welke vragen wij succesvol bezwaar denken te kunnen aantekenen ! Wij werken in die gevallen overigens op no cure no pay basis, dus risico loopt u daarbij niet ! Alleen als u alsnog geslaagd bent, bent u bij ons een vergoeding verschuldigd.
Ook raden wij u aan reeds op voorhand bezwaar te maken tegen de omstandigheden tijdens het afgelopen FFP examen. Immers verbouwingswerkzaamheden en daarbij behorende geluiden van slijptollen en dergelijke en examen doen vormen samen een slechte combinatie. Mensen worden daardoor afgeleid en kunnen zich slecht concentreren. Ook hierover mag u ons per mail onder vermelding van uw examennummer berichten, dan zullen wij eea doorgeven aan de ffp. Ons hebben hierover inmiddels al een aantal klachten bereikt overigens.
FFP opleiding :
Bij pe-opleidingen.nl kunt u terecht voor diverse ffp opleidingen. Verkorte opleiding, lange opleiding, maar ook maatwerk trajecten, waarbij u een aantal van onze modules los volgt voor de onderdelen waar u behoefte aan heeft. Heeft u daar belangstelling voor, neemt u dan svp contact met ons op !
Antwoorden FFP examen juni 2010
1 a , 2 d, 3 b (bezwaar voor a), 4 c, 5 a (wij zijn van mening dat c meer voor de hand ligt, mogelijk bezwaar), 6 d, 7 d, 8 c, 9 b, 10 d, 11 c , 12 b, 13 a, 14 a (bezwaar voor b) , 15 a, 16 b, 17 a, 18 a (meest juist, echter niet volledig, bezwaar ?), 19 d, 20 a recht van overgang is afgeschaft > 15 jaar, 21 a, 22 b, 23 c (bezwaar voor a,b,d) , 24 c, 25 c, 26 d, 27 c , 28 a, 29 a, 30 b (bezwaar voor a en c)
Opmerking :
Bij vraag 3, 5, 14, 18, 23 en 30 zijn bezwaren mogelijk ! Zie de toelichting voor een beknopte motivatie.
Toelichting bij de mc vragen ffp juni examen 2010 :
1. a
Als lijfrenten als bedoeld in artikel 1.7, eerste lid, onderdeel a , die dienen ter compensatie van een pensioentekort worden aangemerkt:
b. lijfrenten als bedoeld in artikel 1.7, eerste lid, onderdeel a , waarvan de termijnen toekomen aan een natuurlijk persoon en ingaan bij het overlijden van de belastingplichtige, van zijn partner of zijn gewezen partner, waarbij indien de termijnen toekomen aan een van hun bloed- of aanverwanten, niet zijnde de partner of gewezen partner, in de rechte lijn of in de tweede of derde graad van de zijlijn, deze uitsluitend eindigen hetzij bij het overlijden van de gerechtigde hetzij uiterlijk op het tijdstip waarop deze de leeftijd van 30 jaar bereikt;
Sandra erft € 500.000, Astrid (nog) niets.
2 D
Couponrente lopende obligaties is een gegeven.
Creditspread↑=marktrente↑ = koers↓
Creditspread
Het verschil tussen de rente op een bedrijfsobligatie en de rente op een uitgifte van de overheid. De nationale overheid wordt geacht de hoogste kredietkwaliteit in een obligatiemarkt te bieden, zodat elke andere emittent voor vergelijkbare looptijden een hogere rente moet betalen. Hoe groter het debiteurenrisico*, des te hoger die rentetoeslag.
Beleggers hadden in 2008 een voorkeur voor de meest kredietwaardige en liquide leningen (lees: Duitse staatsobligaties). De afgelopen maanden kwam het besef dat ook de Duitse staatsschuld onder invloed van steun- en stimuleringsmaatregelen van de overheid fors gaat toenemen, wat de relatieve aantrekkelijkheid van Duitse staatsobligaties deed afnemen. Zo nam het renteverschil tussen 5-jaars staatsleningen van Nederland en Italië aan de ene kant en Duitsland aan de andere kant met zo’n 25 basispunten af (tot respectievelijk 35 en 105 basispunten). Voor kleine landen met een relatief grote bankensector, zoals Ierland en Oostenrijk, liep het renteverschil wel verder op.
Het afgelopen kwartaal daalden de swapspreads en stabiliseerden de creditspreads van financiële obligaties enigszins, met uitzondering van die van achtergesteld papier. Speculaties over mogelijke negatieve gevolgen voor obligatiehouders van eventuele nationalisaties waren hier debet aan.
Historisch gezien zijn bedrijfsobligaties positief gecorreleerd met de aandelenmarkt en een verdere verzwakking van de aandelenmarkt zal tot gevolg kunnen hebben dat corporates in prijs zullen dalen. Een positieve factor is de sterke stijging van de staatsobligatiekoersen (koers obligatie stijgt, dus rendement = rente daalt) hetgeen een bodem legt onder de hoogrenderende bedrijfsobligaties. Een voorbeeld hiervan is:
2007
Duitse 10 jaars staatsobligatierente: 4%
HY corporates: 7%
Credit spread: 300 basispunten = 3%
2010
Duitse 10 jaars staatsobligatierente: 2,6%
Hy Corporates: 8,0%
Credit spread: 540 basispunten = 5,4% 4 van 5 MC 7 juni 2010
Door de daling van de staatsobligatierente zijn hoogrenderende bedrijfsobligaties concurrerender geworden ten opzicht van staatspapier dan in 2007. De opslag op staatsobligatierente is toegenomen zonder dat de koersen fors onderuit zijn gegaan.
indien de creditspread toeneemt (vgl 2007-2010) dan daalt dus de rente op staatsleningen en stijgt de rente op de vergelijkbare lening
de creditspread van reeds lopende leningen is nu toegenomen in land a door onzekerheid tov van vgl leningen in het buitenland
couponrente van reeds lopende leningen blijft gelijk !!!!!!!!!!!!
3 a (mi vraag niet volledig)
Tijdelijke verhuur eigen woning
Als het gaat om verhuur voor een tijdelijke periode, dan mag u uw woning gewoon als ‘eigen woning’ blijven opgeven. U moet echter wel belasting over de huurinkomsten betalen. In het kort komen de regels hier op neer:
• De hypotheekrente blijft gewoon aftrekbaar.
• Het eigenwoningforfait = 0,55
Deze hoeft echter in dit geval niet bijgeteld te worden want er is geen hypotheekrente, of te wel de wet hillen is van toepassing ! die geldt echter niet voor de huur !
Er staat hier echter ewf is van toepassing……..tsja………! dat is niet moet bijgeteld worden per saldo !
• De huurinkomsten zijn voor 70% belast. De overige 25% is bedoeld om te kunnen gebruiken voor onderhoud. Dat kunt u gebruiken, maar dat hoeft niet.
Ook kunt u sinds 1 januari 2010 uw te koop staande woning makkelijker tijdelijk verhuren. Gedurende de periode dat u de woning verhuurt, valt deze in box 3 en heeft u geen recht op renteaftrek. Mocht de woning echter daarna weer leeg in de verkoop komen, dan kunt u onder omstandigheden weer renteaftrek claimen. Dat is het geval als u op grond van de oorspronkelijke verhuisregeling en de bijbehorende termijnen nog recht zou hebben op renteaftrek.
Probleem bij deze vraag is dat er niet staat of de woning vervolgens te koop komt er staat slechts dat deze tijdelijk verhuurd gaat worden…….in afwachting van terugkeer naar de woning als hoofdverblijf of in afwachting van verkoop ????????????? er zijn mi 2 regelingen van toepassing !
Dus mi ook :
3. B
Art. 3.112-1 jo. 3.123a en art. 3.113 → resteert 70% × huur 3.111 lid 7 3.111 lid 2 ????????? Bezwaar ivm verkoop 3.119 a ???????? Blijft het hoofdverblijf of niet ???????????, waar blijft de wet hillen slaat op art 3.112 ? Ewf is meer dan kosten ????????? Dus geen ewf ??? Zij suggereren dat forfait dient te worden bijgeteld, maar staat niet dat het belast wordt.........is van toepassing...........op meerdere fronten bezwaar mogelijk !!!!!!!!!!
4 c
Verpanding niet mogelijk
Het verpanden van een lijfrente, gouden handdrukverzekering of een pensioenverzekering is, zonder fiscale gevolgen, niet mogelijk.
Hof Den Haag (LJN: BL5418) heeft in hoger beroep een arrest gewezen in een situatie waarin een pensioenpolis als zekerheid was verbonden aan een leningsovereenkomst. De casus was als volgt.
X, in dienstbetrekking, krijgt een ontslagvergoeding. Hiervoor bedingt hij een stamrecht bij zijn eigen BV. X heeft na verwerving van het stamrecht behoefte aan liquiditeiten en gaat daarom een geldlening aan met zijn BV. Als zekerheid verpandt hij zijn pensioenverzekering. Na ontdekking van de verpanding rekent de inspecteur de waarde van de pensioenverzekering tot het belastbaar inkomen van X. Volgens X heeft de Belastingdienst hem telefonisch medegedeeld dat hij mocht lenen bij zijn BV als hij zekerheid stelt. Rechtbank Den Haag heeft volgens het Hof terecht overwogen dat een overeenkomst is gesloten tussen X als debiteur en de BV als crediteur en dat X de pensioenverzekering heeft verpand. Niet is gebleken dat de overeenkomst van geldlening nietig is. Niet van belang is dat er geen mogelijkheid is tot vervroegde uitkering of afkoop van de pensioenregeling. Er is dan geen ander oordeel mogelijk dan dat de inspecteur op grond van de wet de waarde van de pensioenverzekering tot het loon moet rekenen en dat leverde een belastingschuld op ter grootte van 2/3e deel van de waarde van de pensioenpolis.
Alsmede :
De pensioenaanspraken worden op moment van verpanden progressief belast met inkomstenbelasting, daarnaast ook nog revisie rente
4.
C
Art. 19b-1-b LB jo. art. 30i-1-a AWR.
5 c
Art. 1:88 lid 5 BW. Grammaticaal moeilijke vraagstelling!zij vragen naar lid 1 en beide argumenten slaan op lid 5 ! Vraag rammelt.......
stichting is bestuurder
Man zelf is bestuurder bv, maar man houdt niet zelf de aandelen dat is immers de stichting
Er is toestemming nodig voor overeenkomsten die ertoe strekken dat hij, anders dan in de normale uitoefening van zijn beroep of bedrijf, zich als borg of hoofdelijk medeschuldenaar verbindt, zich voor een derde sterk maakt, of zich tot zekerheidstelling voor een schuld van de derde verbindt;
+
Toestemming voor een rechtshandeling als bedoeld in lid 1 onder c, is niet vereist, indien zij wordt verricht door een bestuurder van een naamloze vennootschap of van een besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid, die daarvan alleen of met zijn medebestuurders de meerderheid der aandelen houdt en mits zij geschiedt ten behoeve van de normale uitoefening van het bedrijf van die vennootschap.
Burgerlijk Wetboek Boek 1
• Artikel 88
1 Een echtgenoot behoeft de toestemming van de andere echtgenoot voor de volgende rechtshandelingen:
a
overeenkomsten strekkende tot vervreemding, bezwaring of ingebruikgeving en rechtshandelingen strekkende tot beëindiging van het gebruik van een door de echtgenoten tezamen of door de andere echtgenoot alleen bewoonde woning of van zaken die bij een zodanige woning of tot de inboedel daarvan behoren;
b
giften, met uitzondering van de gebruikelijke, niet bovenmatige;
c
overeenkomsten die ertoe strekken dat hij, anders dan in de normale uitoefening van zijn beroep of bedrijf, zich als borg of hoofdelijk medeschuldenaar verbindt, zich voor een derde sterk maakt, of zich tot zekerheidstelling voor een schuld van de derde verbindt;
d
overeenkomsten van koop op afbetaling, behalve van zaken welke kennelijk uitsluitend of hoofdzakelijk ten behoeve van de normale uitoefening van zijn beroep of bedrijf strekken.
2
De echtgenoot behoeft de toestemming niet, indien hij tot het verrichten der rechtshandeling is verplicht op grond van de wet of op grond van een voorafgaande rechtshandeling waarvoor die toestemming is verleend of niet was vereist.
3
De toestemming moet schriftelijk worden verleend, indien de wet voor het verrichten van de rechtshandeling een vorm voorschrijft.
4
In afwijking van lid 1, onder b, is geen toestemming vereist voor giften welke de strekking hebben dat zij pas zullen worden uitgevoerd na het overlijden van degene die de gift doet, en niet reeds tijdens diens leven worden uitgevoerd. Bestaat de gift in de aanwijzing van een begunstigde bij een sommenverzekering die tijdens het leven van de verzekeringnemer is aanvaard of kan worden aanvaard, dan is daarvoor wel toestemming vereist.
5
Toestemming voor een rechtshandeling als bedoeld in lid 1 onder c, is niet vereist, indien zij wordt verricht door een bestuurder van een naamloze vennootschap of van een besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid, die daarvan alleen of met zijn medebestuurders de meerderheid der aandelen houdt en mits zij geschiedt ten behoeve van de normale uitoefening van het bedrijf van die vennootschap.
6
Indien de andere echtgenoot door afwezigheid of een andere oorzaak in de onmogelijkheid verkeert zijn wil te verklaren of zijn toestemming niet verleent, kan de beslissing van de rechtbank worden ingeroepen.
6 d Art. 11g-7 LB.
levensloop omzetten in pensioen kan fiscaal geruisloos, echter pensioenuitvoerder hoeft daaraan niet mee te werken en kan voorwaarden stellen
7 d
Credit Default Swap
Een `Credit Default Swap` is een overeenkomst tussen twee partijen waarbij het kredietrisico van een derde partij wordt overgedragen.
8 c
Art. 30f-3-a AWR
De berekening van de in rekening te brengen of te vergoeden heffingsrente voor de aanslagen inkomstenbelasting en vennootschapsbelasting is gewijzigd. Met ingang van 1 januari 2010 wordt teruggekeerd naar het systeem zoals dat gold vóór 2005. Aangrijpingspunt is niet meer de dag na het midden van een belastingjaar/boekjaar maar de dag na afloop van het belastingjaar/boekjaar.
9 b
€ 2.000.000 : 2 - € 600.000 = € 400.000. Art. 13 SW en art. 32-1-4° SW.
helft polis (premies doen niet meer mee) – vrijstelling 600.000 = 400.000
Wet schenk- en erfbelasting 2010
uitkering risicoverzekering gunstiger behandeld bij gemeenschap van goederen
Ook bij de advisering op het gebied van overlijdensrisicoverzekeringen moet aandacht worden besteed aan fiscale aspecten, vooral de Successiewet.
Stel dat van een polis de partner de begunstigde is. Als de verzekerde overlijdt, ontvangt de partner in dat geval de verzekeringsuitkering. Dit is niet iets dat via de erfenis verloopt: de uitkering behoort namelijk niet tot de nalatenschap. In de huidige Successiewet is geregeld dat een dergelijke uitkering geacht wordt wel krachtens erfrecht te zijn verkregen. Het betreft het beruchte artikel 13. Aangezien er een herziening van de Successiewet op stapel staat, is het zinvol om stil te staan bij een op dit punt te verwachten wijziging.
Van een 'fictieve verkrijging' is sprake als er een of meer premies ten laste van het vermogen van de overledene zijn gekomen. Als de partners in gemeenschap van goederen gehuwd waren, zijn er altijd premies ten laste van het vermogen van de overledene gekomen. De fictieve verkrijging is in dat geval gelijk aan de volledige uitkering minus het aandeel van de overledene in de premies. Bij gemeenschap van goederen is dat de helft. Stel dat de uitkering € 500.000 bedraagt en dat er in totaliteit € 20.000 aan premies zijn betaald, dan is de fictieve verkrijging voor het successierecht € 500.000 - 50% x € 20.000 = € 490.000.
In de nieuwe Wet schenk- en erfbelasting 2010 is de berekening van de fictieve verkrijging bij gemeenschap van goederen veranderd. In plaats van dat de volledige uitkering minus het aandeel van de overledene in de premies belast is met successierecht, zal in de toekomst de helft van de uitkering belast zijn. Hierbij vindt er geen premieverrekening plaats. De wijziging heeft geleid tot een veel lagere fictieve verkrijging. Bovendien is het veel praktischer. Toegepast op het hiervoor gegeven voorbeeld zou de fictieve verkrijging € 250.000 zijn.
9 Deze heffing over de gehele uitkering werd als zeer onredelijk ervaren. In de nieuwe situatie (vanaf 1 januari 2010) is dan ook bepaald dat niet de gehele uitkering belast is. Alleen het gedeelte van de uitkering dat is toe te rekenen aan de door de erflater betaalde premies is belast met erfbelasting. Bij gehuwden in gemeenschap van goederen betekent dit dat nog maar de helft van de uitkering belast is.
2 mio : 2 = 1 mio 6 ton vrijstelling = 4 ton.
10 d
Art. 20 en 21 WvK
Aansprakelijkheid
De CV is geen rechtspersoon. Elke beherende vennoot is met zijn persoonlijke vermogen hoofdelijk aansprakelijk voor het geheel van de schulden van de CV. De stille vennoten lopen het risico hun ingebrachte kapitaal te verliezen. Voor de schulden van de CV zijn zij alleen hoofdelijk aansprakelijk als zij zich toch bemoeien met de gang van zaken in de onderneming of als hun naam gebruikt wordt in de C.V.
Positie van de stille vennoot
Een stille vennoot is financier van de vennootschap en is niet verder voor de schulden van de vennootschap 'aansprakelijk' dan tot het bedrag dat hij heeft ingebracht. Wil de stille vennoot deze positie handhaven, dan zal hij aan een aantal voorwaarden moeten voldoen. Een van die wettelijke voorwaarden is dat de stille vennoot zich niet naar buiten gedraagt als een beherende vennoot.
Dat laatste zou het geval zijn wanneer hij beheersdaden of beschikkingsdaden verricht. Dan wordt hij aansprakelijk alsof hij beherend vennoot van de CV is. Een andere voorwaarde is dat de eigen naam van de stille vennoot niet in de naam van de vennootschap voorkomt. Hierdoor zou immers de schijn worden gewekt dat de stille vennoot een beherend vennoot, en dus aansprakelijk vennoot is. Overigens kan, onder omstandigheden, van deze regel worden afgeweken.
11 : C
Art. 16-3 WW jo. art. 7:672-1 BW
2maanden opzegtermijn na 30 juni = 1 september start uitkering 11 c
12 b
De payout ratio geeft aan welk deel van de netto winst wordt uitgekeerd aan de aandeelhouders.
13 a
625.000, 100.000 box 2 , 125.000 box 3 dus 400.000 box 1 eigen woning schuld
Waarde woning 625000 bij verkoop
Eigen woning reserve = 625.000 – 400.000 – 225.000 deze moet in worden gebracht
Goedkoper woning regeling geldt niet meer miv 1-1-2010
Nieuwe woning incl kk = 400.000
Ewr = 225.000
Dus 175.000 nieuwe eigen woning schuld
Box 3 en box 2 zijn ingelost, immers met de opbrengst van de verkoop wordt de hele schuld ingelost
14 A
Art. 3.116-4, 2.8-2, 2.9, 9.1-2 IB jo. 25-6 Inv.W. Conserverende aanslag met uitstel van betaling.
Op basis emigratieregeling , nederland metterwoon verlaten dus niet af rekenen, versoepeling regeling geldt
Mogelijk ......indien niet geëmigreerd dan b , er staat niet waar hij woont, er staat slechts woning staat leeg en werkt in het buitenland ! ........ Het ligt voor de hand dat hij niet in zijn woning woont maar in het buitenland, is hij binnenlands belastingplichtig.........dat weten wij niet, dus kunnen wij de vraag niet beantwoorden
Daarom mi ook goed :
14b
Woont niet meer in Nederland in zijn eigen woning, eea op grond van de feitelijke omstandigheden. Woning kwalificeert niet meer als eigen woning, daarmee is er geen kew meer, die verhuist naar box 3. Woning wordt ook niet verkocht dus versoepelingsregeling geldt niet. Kew wordt ook niet gebruikt vor inlossing eigen woning schuld en dus moet er afgerekend worden over rente bestanddeel begrepen in de uitkering in box 1
Evt na 3 jaar weer terugkoppelen, maar laat hij verlopen door pas na 4 jaar terug te komen.
15 a
Art. 54 PW
Sinds 1 januari 2001 bestaat de mogelijkheid om gedurende drie jaar na ontslag het pensioen onder voorwaarden vrijwillig voort te zetten. Hierbij is het niet noodzakelijk dat de ex-werknemer in deze periode een loongerelateerde uitkering ontvangt. Zo kan een werknemer die na ontslag bijvoorbeeld een eigen onderneming start, gedurende drie jaar de deelname aan de bestaande pensioenregeling voortzetten.
16 b
1[P/YR], 101,39[+/-][PV], 3[N], 4[PMT], 100[FV] → [I/YR] → 3,5038
cw 1 2 3
4 4 4 rente
3,86 4/1,035 cw rente jaar 1 bij 3,5 %
3,73 4/1,035^2 cw rente jaar 2 bij 3,5 %
3,61 4/1,035^3 cw rente jaar 3 bij 3,5 %
90,19 100/1,035^3 cw aflossing jaar 3 bij 3,5 %
101,40 som contante waarden
101,39 aankoopprijs
-0,01 afronding verschil
17
Art. 3.63 IB, art. 35b e.v. SW, art. 15-1-b WBR Wordt geacht niet te zijn gestaakt bij overdracht aan werknemers en mede ondernemers.......dus geen stakingswinst, geen ib, er is faciliteit in de overdrachtsbelasting voor kinderen, partner, broer (goederen die behoren tot onderneming), verzoek beiden bij de belasting.......boekwaarden moeten in stand blijven, faciliteit in sw voor dit verschil (vloeit ook logisch voort uit antwoord mogelijkheden)
Geruisloze doorschuiving
Doorschuiven fiscale boekwaarde
De Wet op de inkomstenbelasting kent voor de overdrager een mogelijkheid om de fiscale boekwaarde naar zijn opvolger door te schuiven (“geruisloze doorschuiving”).
Voorwaarde voor deze geruisloze doorschuiving is dat de overnemer voorafgaand aan de bedrijfsoverdracht minimaal drie jaar werkzaam is geweest binnen het over te nemen bedrijf. Als medeondernemer of als werknemer.
Indien zich na het aangaan van het samenwerkingsverband of de dienstbetrekking bepaalde omstandigheden voordoen, zoals arbeidsongeschiktheid voor tenminste 45%, faillissement of overlijden van de overdragende ondernemer, wordt de termijn van drie jaar verkort. Afhankelijk van de keuze van de verkoper heeft dit naast fiscale ook financiële gevolgen. Advies van een terzake deskundige is hierbij essentieel.
Een mogelijkheid om een directe verrekening over de stakingswinst te voorkomen is de geruisloze doorschuiving. De eenmanszaak wordt dan overgedragen met een behoudt van de fiscale boekwaarde. Er hoeft dan geen belasting betaald te worden over de winst van de overdracht. Een uitzondering is er voor FOR, hierover moet wel afgerekend worden. Er zijn een aantal voorwaarden voor de geruisloze doorschuiving:
• De overnemende partij is al drie jaar ondernemer
• De overnemende partij moet minimaal drie jaar in de onderneming hebben gewerkt of samen hebben gedreven
hij moet met dezelfde balans verder, op de for na, echter hij gaat een ton minder betalen ??????????????? op basis van de vraagstelling kom je echter niet toe aan de schenkingsbelasting, immers die kan op grond van de antwoordmogelijkheden geen rol meer spelen, verder weten wij de fiscale waardering ook niet……….!
18 a
45 aandelen à € 21,25 = € 956,25 hoe wordt = 100 % zeker ...... Er is echter een keuze van de emittent
Reversed convertible = lening die naar keuze van emittent wordt omgewisseld in aandelen of in geld (als de aandelen koers * aantal boven de nominale waarde uitkomt)
45 * 21,25 = 956.25, hetgeen minder is dan 1000 nominaal
De uitgever zal er dan ook voor kiezen om de aandelen te leveren
De houder heeft echter geen keuze, dat was wel zo geweest op het moment dat er sprake was een converteerbare obligatie. Hier is echter sprake van een reversed convertible.
19 d
Art. 4.16-1-e jo. art. 4.17a-1-a, art. 4.19-1
1018000-18000 verkrijging = 1.000.0000
20 a.
A
Art. 1-1-1° SW. 10-jaarstermijn van art. 3-1 SW is voorbij.
Geen successiewet in Nederland over winkelpand in Rotterdam !!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!
recht van overgang is afgeschaft > 15 jaar,
21 a
Art. 3.130-2-a IB.
Lijfrentepremies zijn aftrekbaar indien ze zijn betaald of verrekend in het kalenderjaar óf in de eerste 3 maanden van het volgende kalenderjaar conform IB2001 artikel 3.130, lid 2a. Door de aanname van de Fiscale vereenvoudigingswet 2010 komt deze algemene terugwentelingsoptie te vervallen, echter pas m.i.v. belastingjaar 2011. Het huidige artikel 3.130, lid 2a, zal m.i.v. 2011 te vervallen.
Praktische toepassing
Uitsluitend de vóór 1 april 2011 betaalde lijfrentepremies kunnen dus “gewoon” nog worden teruggewenteld naar belastingjaar 2010. Vanaf 2012 kan uitsluitend de lijfrentepremie, betaald in het betreffende jaar, in aftrek worden genomen.
De terugwentelingstermijn van 6 maanden voor lijfrentepremies bij staking van een onderneming en/of de omzetting van de fiscale oudedagsreserve blijft overigens gehandhaafd
Artikel 3.125. Lijfrentevoorzieningen
22 B Boek 1 art 142lid1b : tijdstip van indiening verzoek tot echtscheiding
komt op grond van rechtspraak ook voor
Stap 1:
U bent gescheiden; Huwelijksgemeenschap is ontbonden In de wet is bepaald dat voor er sprake kan zijn van boedelverdeling en een peildatum, dat u eerst gescheiden moet zijn. Een huwelijk is pas ontbonden als het echtscheidingsvonnis is ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand, pas dan kan de boedel worden verdeeld.
De peildatum bij boedelverdeling
Als het echtscheidingsvonnis is ingeschreven in de registers van burgerlijke stand wordt de boedel verdeeld, dit betekent dat de echtgenoten vanaf dat moment gescheiden zijn. Om ervoor te zorgen dat de boedel correct verdeeld wordt is er een peildatum nodig. Wat is eigenlijk een peildatum? Een peildatum is de dag dat de boedel wordt verdeeld. Op die dag wordt ook pas de waarde vastgesteld van de boedel. De peildatum kan door beide echtgenoten op een bepaalde dag worden vastgesteld, het kan ook de dag zijn wanneer de boedel bij de notaris daadwerkelijk wordt verdeeld. Waarom is de peildatum eigenlijk zo belangrijk? Stel u gaat na 10 jaar scheiden, omdat uw huwelijksband gebrekkig is geworden en het niet juist is om deze voort te zetten. Op 2 februari 2010 wordt het echtscheidingsvonnis ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand en kan de gehele boedel worden verdeeld. Hierdoor krijgt u dan te maken met meerdere taxaties en verrekeningen. Als voorbeeld gebruiken we een auto, deze krijgt de man toebedeeld en de vrouw de inboedelgoederen. De auto is op 2 februari 2010 nog € 3000,- waard, maar op 6 mei 2010 nog € 2800,- waard. Welk bedrag moet dan worden vastgesteld? Welk bedrag zal dan moeten worden verrekend met de vrouw? Wanneer de peildatum wordt vastgesteld op 2 februari 2010 is dat in het voordeel van de vrouw en krijgt zij bij de verrekening €200,- meer.
VALKUIL!!
Helaas is de peildatum niet in de wet vastgelegd, wel blijkt uit de rechtspraak dat het veel geschillen oplevert. Als echtgenoten het niet eens zijn over de peildatum dan komen ze bij de rechter terecht. Uit eerdere conflicten tussen echtgenoten zijn een aantal factoren naar voren gekomen. Hier schematisch in een stappenplan weergegeven:
Stap 1:
U bent gescheiden; Huwelijksgemeenschap is ontbonden In de wet is bepaald dat voor er sprake kan zijn van boedelverdeling en een peildatum, dat u eerst gescheiden moet zijn. Een huwelijk is pas ontbonden als het echtscheidingsvonnis is ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand, pas dan kan de boedel worden verdeeld.
Stap 2:
Voordat aan boedelverdeling kan worden begonnen is het belangrijk om u af te vragen wat is boedel? Dit omvat alles dat tot de gemeenschap behoort, bijvoorbeeld: vermogen, schulden, de auto(s), het huis, de huisdieren, de bank en de televisie enz.
Stap 3:
Nu u weet wat boedel inhoudt is het handig om te weten wat boedelverdeling is? De boedel moet gelijkmatig over beide echtgenoten worden verdeeld, want beide echtgenoten zijn eigenaar voor de helft van de goederen. Dus wat behoort tot uw boedelverdeling?
Stap 4:
Als de boedel die verdeeld moet worden is vastgesteld dan moet er worden beoordeeld op welk bedrag dit dient te worden gewaardeerd. Dit hangt af van de peildatum.
Stap 5:
Dan moet er een peildatum voor boedelverdeling worden vastgesteld. Echtgenoten kunnen samen een datum overeenkomen. Als u samen tot een peildatum komt dan is het belangrijk dat u dit in goed overleg vaststelt. Vaak wordt gekozen voor de datum waarop partijen gescheiden zijn gaan wonen of op de datum dat het echtscheidingsvonnis wordt ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand. Wanneer u er samen niet uitkomt dan kan de peildatum worden bepaald door een notaris of een rechter.
Stap 6:
Als de rechter de peildatum moet bepalen dan zijn er een aantal mogelijkheden die de rechter in zijn uitspraak kan gebruiken. De meest voor de hand liggende is:
De rechter heeft in een aantal andere uitspraken geoordeeld:
Datum van rechterlijke uitspraak
Te goeder trouw
Twee betekenissen voor het woord verdeling
De feitelijke verdeling als peildatum
Haviltex arrest
Hieronder nog een verduidelijking van stap 6:
De waarde ten tijde van de verdeling
De Hoge Raad heeft in de rechtspraak geoordeeld dat als hoofdregel geldt de waarde ten tijde van de verdeling. Dit betekent dat de waarde van de goederen geldt op het tijdstip van de verdeling, niet eerder en niet later, tenzij:
partijen een andere datum overeenkomen
Redelijkheid en billijkheid
De rechtsbetrekking tussen partijen wordt bepaald door redelijkheid en billijkheid.
Redelijkheid en billijkheid is een breed begrip en wordt in de wet niet duidelijk uitgelegd, daarom toetst de rechter hierop. In sommige omstandigheden kan het billijk zijn tegenover een echtgenoot om de peildatum van boedelverdeling op een bepaalde dag vast te stellen. Hier wordt kort gezegd rekening gehouden met het verstand, gevoelens en omstandigheden van het geval.
Datum van rechterlijke uitspraak
De peildatum bij boedelverdeling is niet in de wet geregeld, maar de Hoge Raad heeft in een aantal gevallen gebruik gemaakt van de wet. In de wet staat dat de rechter de verdeling vast stelt, als peildatum wordt dan de datum van de uitspraak genomen.
Te goeder trouw
In een uitspraak van de rechter is bepaald dat de eis te goeder trouw zwaarder weegt tussen ex-echtgenoten dan tussen vreemden. Stel de vrouw krijgt bij boedelverdeling de woning toebedeeld en moet hierdoor €0.000,- betalen aan de man. Het lukt de vrouw niet om te betalen, daarom gaat de man naar de rechter. De rechter oordeelde dat de man weet en behoorde te weten dat de vrouw dit niet kan betalen, omdat hij dit op basis van te goeder trouw weet wat de financiële feiten zijn van de vrouw.
Twee betekenissen voor het woord verdeling
De Hoge Raad oordeelde in de rechtspraak dat er twee betekenissen voor het woord verdeling zijn. De eerste betekenis is dat er een verdeling wordt opgesteld op de dag van het inschrijven van het echtscheidingsvonnis in de registers van de burgerlijke stand. De tweede betekenis is dat partijen een overeenkomst hebben opgesteld met een bepaalde verdeling, die voor de toekomst gebruikt zou kunnen worden als er sprake is van echtscheiding.
De feitelijke verdeling als peildatum
Feitelijke verdeling is wanneer het goed op die datum ter vrije feitelijke beschikking komt van een echtgenoot, die door partijen als verkrijger wordt beschouwd. Als er van feitelijke verdeling wordt uitgegaan wordt dit vaak gebaseerd op redelijkheid en billijkheid. In dit geval moeten partijen gezamenlijk een bepaalde andere peildatum willen gebruiken.
Haviltex arrest
Dit is een uitspraak van de rechter, die vaak in de juridische wereld wordt aangehaald. De rechter bepaalde dat het niet genoeg is om te kijken naar de betekenis van de tekst, maar ook naar wat partijen hebben bedoeld en van elkaar mochten verwachten. Kortom, als u gaat scheiden en de boedel moet worden verdeeld, zorg er dan voor dat u samen de peildatum overeenkomt, dit voorkomt onaangename verrassingen.
23 c er moet een maximaal bedrag zijn bepaald voor een particuliere borgstelling art 8 : 158
De ene partij verbindt zich tegen over een andere partij mbt tot het nakomen van de verplichtingen van een derde………vraag fout ! er is geen borgtocht nu jorrit en de bank geen overeenkomst hebben (immers er zijn geen nadere ovk !) en ellen is geen partij bij de borgovereenkomst zij is de derde !
Vraag fout !
Dus ook : 23.(ABD)
Art. 7:858-1. De vraagstelling rammelt: de borgtochtovereenkomst zou zijn vastgelegd tussen Jorrit en Ellen, daar waar borg een overeenkomst is tussen de bank en Jorrit (art. 7:850 BW)! Ellen hoeft daarvan niet eens op de hoogte te zijn. Dus: is er wel een borgtocht overeengekomen tussen de bank en Jorrit? Temeer daar 'er geen nadere overeenkomsten zijn gemaakt'.
vraag 24 : c
12[P/YR], 0[FV], 630[+/-][PMT], 5,5[I/YR], 20[×P/YR] → [PV] → 91.584,77
0,458333
627,1257 afl p240
2,874324 r p240
210,2366 afl1
419,7634 r 1 91584,8
vraag 25: c
€ 87.500 : € 50.000 -1) × 100% = 75%, 75% : 2,5jr = 30%/jr. 1[P/YR], 50000[+/-][PV], 87500[FV], 2,5[N] → [I/YR] → 25,0879
=50000*(1,2509^0,5)*1,2509*1,2509
55901,7 50000*1,25^0,5
69877,12 55901 * 1.25
87346,41 69877*1.25
26 d hypothecair beslag kan niet op grond van een hypotheek heb je zelf al het recht van parate executie
27 c
€ 60.000 × (100%-12%) = € 52.800 (art. 3.99b IB)
Als u als directeur-grootaandeelhouder (dga) een lening geeft aan uw eigen bv en hier rentevoordeel uit haalt, dan moet u over dit voordeel inkomstenbelasting (IB) betalen in box 1 Dit valt namelijk onder het resultaat overige werkzaamheden. Tbs , vrijstelling 12 %
28 a
Art. 1:4, 2:3-1-b, 2:43 Wajong
Een belangrijke steun is de Wajong-uitkering. De Wet arbeidsongeschiktheidsvoorzieningen jonggehandicapten voorziet in een uitkering op minimumniveau en valt tot je dertigste aan te vragen bij een voltijdstudie. Studenten komen voor de uitkering in aanmerking als ze op hun zeventiende arbeidsongeschikt zijn of het gedurende hun studie raken. De Wet Wajong kent een wachttijd van 52 weken tussen het moment dat u arbeidsongeschikt wordt en het moment dat u een uitkering krijgt.
29 a
Art. 4:10-1-c jo. art. art. 12 BW
Gerrit enig kind van een vader en een moeder. Er zijn 2 staken, dus beiden 50 %.
Vader is dood en moeder ook, vaders kant (opa en oom, beide 50 % van deze 50 % dus ¼)
Moeders kant 50 % is er maar een dus ½
30 b
voor 1/1/50 dus in principe recht op anw, ongeacht of er kind is jonger dan 18. Echter als je gaat samenwonen dan vervalt eea, dus met ingang van 1 juli geen recht meer (uitkering vervalt per het einde van de maand waarin de gebeurtenis plaats vindt, daarmee is de vraag niet correct gesteld !)
echter ook 3o A / B / C
Art. 16-1-b en 24-1-b ANW (De uitkeringen eindigen overigens 'met ingang van de eerste dag Recht eindigt art 16 nabestaande en art 24 ; 1 e van de maand volgend op moment van samenwonen......kind wordt 18.....
Vraag is na 1 juni.......dat is ook in juni ...........antwoord c Antw a (1/2 wezen is ook onderdeel van de anw, va 18 krijgt hij het zelf) + b ook goed, want zij bedoelen mogelijk (meest waarschijnlijk) .......na 1 juni is dus erna , dus na juni..........
Missie Pe-opleidingen.nl
Voor Permanente Educatie(=PE) en /of examen-gerichte opleidingen en trainingen voor financieel adviseurs en makelaars. Zoals : Trainingen voor het Dutch securities institute (DSI), Leergangen hypothecair planner (LHP), Leergangen & opleidingen voor de Federatie Financieel Planner (FFP), Opleidingen en cursussen voor de erkend hypotheekadviseur (SEH),bedrijfstrainingen en cursussen voor de financieel adviseur in het kader van de wet op het financieel toezicht (WFT) alsmede opleidingen-vastgoed voor o.a. Makelaars en assistent Makelaars.
Site Map
WERKLOOS EN OPLEIDINGEN ?
Reorganisatie trajecten
Pe-opleidingen.nl werkt samen met het RBO en het UWV. Door deze samenwerking kan Pe-opleidingen.nl in springen bij reorganisatie trajecten en scholingstrajecten die door het UWV worden bekostigd. Lees verder bij : ww-en-opleidingen








