Voor Permanente Educatie(=PE) en /of examen-gerichte opleidingen en trainingen voor financieel adviseurs en makelaars. Zoals : Trainingen voor het Dutch securities institute (DSI), Leergangen hypothecair planner (LHP), Leergangen & opleidingen voor de Federatie Financieel Planner (FFP), Opleidingen en cursussen voor de erkend hypotheekadviseur (SEH), Trainingen en cursussen voor de financieel adviseur in het kader van de wet op het financieel toezicht (WFT) en MAKELAARDIJ opleidingen.

FFP EXAMEN DECEMBER 2009 UITSLAG

Pe-opleidingen.nl publiceert hierbij de antwoorden van het FFP EXAMEN onderdeel MC dat 11 december 2009 door de kandidaten is gemaakt. Traditioneel is Pe-opleidingen.nl de eerste die hier mee komt. U vindt hier ook als enige de uitgebreide toelichting. Nu wij bezwaar hebben aangetekend namens een aantal kandidaten op no cure no pay basis vindt u hierbij tevens deze bezwaren in de bijlage. Wij zijn in het verleden regelmatig succesvol geweest in het bijstaan van cursisten en zijn u hierbij ook u graag van dienst in de toekomst ! Helaas heeft de ffp examencommissie niet al onze bezwaren gehonoreerd in een keer, reden dat wij in beroep zijn gegaan tegen hun beslissing. Bijgaand vindt u ons beroepsschrift. Heeft u een afgewezen bezwaar ? Wilt u in beroep ? Wij hebben het beroepsschrift in ons openbaar domein gezet en u kunt er uit putten indien u wilt of 1 op 1 doorzenden aan de ffp. Zorgt u wel dat deze voor 2 mei as bij de ffp is ? Mailen is toegestaan overigens !

Zie onder de bijlagen onderaan deze pagina voor het beroepschrift. Zend u ons wel even uw bezwaarschrift en antwoord van de ffp examencommissie svp ? dank u alvast !

Ook op het gebied van de wft examens hebben wij inmiddels een behoorlijke hoeveelheid succesvolle bezwaren achter onze naam staan. Wij blijven dan ook doorgaan om de kwaliteit van de examens te verbeteren !

Disclaimer : Uiteraard geldt het auteursrecht en zijn deze uitwerkingen slechts indicatief en kunnen er geen rechten aan worden ontleend.

Geinteresseerd in opleidingen ? Wij verzorgen verkorte FFP opleidingen, in slechts 4 maanden tijd uw diploma, tussen 10 en 12 dagen training, 3 dagdelen geheel verzorgd, slechts 3.250 euro ! Wij staan voor service, kwaliteit en persoonlijke aandacht ! zie ook : www.pe-opleiding.nl/agenda

In de bijlage vindt u een aan ons ter beschikking gesteld exemplaar van het ffp-examen december 2009 onderdeel mc.

Antwoorden FFP EXAMEN onderdeel MC december 2009 :

Vraag 1 :
A is onjuist : Kew keert altijd voor maximaal 90 % uit, is uiteraard niet juist….altijd J
B is onjuist : sinds ib 2001 kan eea uitsluitend nog bij een erkende verzekeraar
C is juist
D hangt van meerdere factoren af die hier niet gegeven zijn en dus niet te beoordelen en onjuist

echter er geldt ook

1. C (ABC) Art. 3.116,2,a en 3.118,1,a IB --> C is minst onjuist. Doch,
het is slechts een voorwaarde voor het kwalificeren als KEW
dat in de polis is vermeld dat de uitkering zal worden gebruikt voor aflossing.
Als hij 'm niet gebruik voor aflossing heeft hij weliswaar
ook geen recht op de (rente)vrijstelling.

zodat er ons inziens mogelijkheden liggen om in bezwaar te gaan !

vraag 2 : antwoord c = juist

Zuiver aanvaarden
Van zuiver aanvaarding spreekt men als de erfenis aanvaard wordt, ongeacht of het eventuele saldo positief of negatief is. Kortom: met alle daaraan verbonden rechten en plichten.
Als iemand iets uit de erfenis ontvreemdt c.q. verdonkeremaant wordt dat juridisch gezien als het zuiver aanvaarden van de erfenis!

Erfenis aanvaarden
Als je een erfenis aanvaardt, word je erfgenaam. We noemen dit zuivere aanvaarding.
Voor jou betekent dit dat je
• Samen met de andere erfgenamen verantwoordelijk bent voor de afwikkeling van de erfenis van de overledene.
• Samen met de andere erfgenamen eigenaar wordt van de bezittingen en schulden van de overledene. Je treedt dan ‘vermogensrechtelijk in de persoon van de overledene’
Dit betekent dat:
• De schuldeisers de schuld van de overledene nu op de erfenis en op jouw vermogen kunnen verhalen.
• Dit kan pas als alle schulden van de overledene zijn betaald en de erfenis volledig is afgewikkeld
beneficiair te aanvaarden. Je noemt dit ook wel aanvaarding onder het voorrecht van boedelbeschrijving.
Als er meer schulden dan bezittingen zijn, word je door een beneficiaire aanvaarding niet aansprakelijk gesteld voor de schulden. De schuldeisers moeten tevreden zijn met wat er aan bezittingen is.
Je zou beneficiaire aanvaarding kunnen zien als een middenweg tussen aanvaarding en verwerping. Je aanvaardt de erfenis en tegelijkertijd verwerp je de erfenis als mocht blijken dat er meer schulden dan bezittingen zijn. Wanneer één erfgenaam beneficiair aanvaardt, moet de hele erfenis beneficiair worden afgewikkeld.
Het is natuurlijk ook mogelijk dat het meevalt met de bankrekening van oom Karel. Het blijkt dat hij toch meer bezittingen dan schulden heeft achtergelaten. Je hebt dan ondanks de beneficiaire aanvaarding recht op een deel van zijn bezittingen.
Je moet voor een beneficiaire aanvaarding wel een verklaring afleggen bij de arrondissementsrechtbank. En soms verplicht de wet dat de erfenis volgens regels afgewikkeld moet worden. Je noemt dit een vereffening van de erfenis volgens de wet.
Minderjarige kinderen moeten natuurlijk geen schulden in de maag gesplitst krijgen. Daarom worden de erfenissen waar minderjarigen bij betrokken zijn altijd beneficiair afgehandeld.
=======================================================

Vraag 3 :

Closed end, de markt bepaald de prijs er kunnen grote afwijkingen zijn tussen koers en intrinsieke waarde, voor het aandelen in kopen en verkopen is toestemming nodig van de aandeelhouders

Open end : prijs fluctueert rond de intrinsieke waarde, fondsbeheerder verplicht eigen aandelen in te kopen en te verkopen als de markt er om vraagt, geen toestemming voor nodig van de aandeelhouders.

Beide stellingen zijn dan ook juist
Antwoord a

Vraag 4 :
Er dient overdrachtsbelasting betaald te worden over de werkelijke waarde, ook als de verkrijgingsprijs lager is dan deze werkelijke waarde. Notaris dient een en ander te controleren. (niet altijd gebeurd dit overigens correct).
Daar is eventueel een uitzondering op op het moment dat er sprake is van een oorspronkelijke verkrijging binnen de bandbreedte 40 – 60 %. Hier is de man degene die als eerste de woning voor 100 % in eigendom verkreeg, alle volgende verkrijgingen zijn dan ook belast met overdrachtsbelasting.
Daarnaast is er nog de ½ jaars periode waarbinnen overdrachtsbelasting terug verkregen kan worden, hier niet het geval, want de laatste verkrijging van de vrouw was 4 jaar geleden

Dus 50 % woning werkelijke waarde = 220.000 * 6 % = 13.200
Antwoord d is juist

4D
geen gezamelijke verkrijging, WERKELIJKE WAARDE

Vraag 5 :
In het kader van de anw is het mogelijk om een ½ wezenuitkering te ontvangen tot aan het moment dat het kind 18 is, deze bedraagt 20 % en wordt uitbetaald aan de ouder / verzorger er vind geen korting op plaats !
Antwoord D is juist

Andere inkomsten
Inkomsten van uzelf of van de halfwees hebben geen invloed op de hoogte van de halfwezenuitkering.
Een niet-Nederlandse halfwezenuitkering wordt wel afgetrokken.

EIGEN INKOMSTEN
Uw eigen inkomsten kunnen van invloed zijn op de hoogte van de Anw-uitkering. Sommige inkomsten
worden niet van de nabestaandenuitkering afgetrokken. Andere worden geheel of gedeeltelijk afgetrokken.
Inkomsten die niet worden afgetrokken
■■ een aanvullend nabestaandenpensioen van bijvoorbeeld een pensioenfonds;
■■ een lijfrente, tenzij u deze krijgt op grond van uw eigen arbeidsovereenkomst;
■■ inkomsten uit vermogen, bijvoorbeeld rente of dividend.
Inkomsten die gedeeltelijk worden afgetrokken
Inkomsten uit arbeid worden gedeeltelijk afgetrokken.
Denkt u hierbij aan loon, freelance inkomsten, een uitkering wegens vervroegde uittreding (VUT), of winst uit een onderneming. Van het inkomen uit arbeid wordt € 690,60 plus 1/3 deel van het inkomen boven dat
bedrag vrijgelaten. Verdient u meer dan € 2.294,07 bruto per maand (grens 2009), dan komt uw nabestaandenuitkering op nul uit. Ook in dat geval raden wij u aan tóch een nabestaandenuitkering Anw bij de SVB aan te vragen. Als uw inkomen daalt, kan er namelijk alsnog een nabestaandenuitkering Anw worden uitbetaald.

Inkomsten die helemaal worden afgetrokken
Inkomsten uit uitkeringen worden helemaal afgetrokken. Dit geldt onder meer voor een arbeidsongeschiktheidsuitkering of een werkloosheidsuitkering, ongeacht of u die uitkering uit Nederland of van uw woonland ontvangt. Ook een niet-Nederlandse nabestaandenuitkering wordt volledig van de Anw afgetrokken. Is uw inkomen uit uitkeringen hoger dan € 1.068,98 (grens 2009), dan komt de nabestaandenuitkering Anw op nihil uit.

6 D
Art. 3.116,3,c IB --> D (is minst onjuist, want op moment van verwerven KEW had ze nog net geen eigen woning)
hier liggen mogelijk bezwaarmogelijkheden !
======================================================

7 A ZUIVERING na veiling
=======================================================

Vraag 8 :

D U R AT I O N V E R L E N G I N G M E T B E H U L P VA N L A N G LO P E N D E O B L I GAT I E S
Voor een verlenging van de vastrentende waardeportefeuille is het mogelijk om relatief kortlopende obligaties
te ruilen voor langlopende.

Uiteraard wordt hierbij ingespeeld op een verandering van de lange rente, deze dient te dalen dus antwoord d = juist

hier liggen mogelijk bezwaarmogelijkheden !, immers : Verlenging 'looptijd' --> koers stijgt als rente daalt. D ligt voor de hand, A is niet geheel onjuist, want kort beinvloed vaak lang

Vraag 9 , antwoord d is juist
Afstand doen van de gemeenschap
Mochten de bezittingen niet opwegen tegen de schulden van je ex-partner (waar je nu dus voor 50% verantwoordelijk voor bent) en kom je er onderling niet uit, dan kun je overwegen afstand te doen van de gemeenschap. Dit afstand doen moet binnen drie maanden na ontbinding van het huwelijk.

Met afstand doen van de gemeenschap onthef je je van aansprakelijkheid van schulden waar je voor ontbinding van de gemeenschap niet aansprakelijk voor was. Je blijft wel aansprakelijk voor huishoudelijke schulden zoals huur en dergelijke en ook voor schulden die je zelf of samen met je partner bent aangegaan. Daarbij geldt wel dat je geen aanspraak kunt maken op de bezittingen uit de gemeenschap behalve je bed, beddengoed en kleren. (Enkele persoonlijke bezittingen kunnen tegen een vergoeding worden overgenomen).

Vraag 10 :

De volgorde van de wet dient gevolgd te worden, dus eerst winst bepalen, dan de ondernemingsfaciliteiten eraf, eerst de for, dan de zelfstandigenaftrek en dan de mkb winstvrijstelling

Winst 40.000

For 12 % * 40000 = 4800

Oudedagsreserve 2009
Oudedagsreserve 2009
De toevoeging aan de oudedagsreserve over een kalenderjaar bedraagt 12% van de winst, maar niet meer dan € 11.590,- mits aan alle voorwaarden is voldaan.

=40000-4800 = 35200

Zelfstandigenaftrek 2009

winst aftrek

> 58.340 4.488
> 18.080 en < 51.765
7.087

35200 – 7087 = 28113

Mkb vrijstelling :

MKB winstvrijstelling 2009
De MKB-winstvrijstelling geldt voor de ondernemer die aan het urencriterium voldoet. De vrijstelling bedraagt in 2009 10,5% van de winst nadat deze is verminderd met de ondernemingsaftrek.

28113 * 10.5 % = 2951
Antwoord a is juist

Bij antwoord b overigens : 40.000 * (100%-12% for) = 35200 = 10,5 % van de winst nadat deze is verminderd met ondernemingsaftrek (=12%)
35200 * 10,5 % = 3696
Antwoord b is dus niet juist, zelfstandigenaftrek vergeten

fiscale winstberekening
Winst volgens uw boekhouding € 40.000
Bij: niet-aftrekbare deel van de beperkt aftrekbare kosten € 0 +
Bij: privégebruik van de bedrijfswoning € 0 +
Bij: privégebruik van gas, water en elektra € 0 +
Bij: privégebruik van een auto van uw onderneming € 0 +
Bij: privégebruik andere goederen uit uw onderneming € 0 +
Af: kleinschaligheidsinvesteringsaftrek € 0 –
Af: willekeurige afschrijving € 0 –
Subtotaal € 0 –
Winst vóór de toevoeging aan de oudedagsreserve en de ondernemersaftrek € 40.000
Af: toevoeging aan de oudedagsreserve 12% van € 40.000 € 4.800 –
Winst vóór de ondernemersaftrek € 35.200
Ondernemersaftrek:
Af: zelfstandigenaftrek € 7.087 –
Af: startersaftrek € 0 –
Af: meewerkaftrek 1,25% van € 44.000 € 0 –
Subtotaal € 7087 –
Winst voor de MKB-winstvrijstelling € 28.113
MKB-winstvrijstelling van 10,5% € 2.951 –
Belastbare fiscale winst uit onderneming (de winst die u op uw aangifte invult) € 25.161

12 B RECHT VAN OPSTAL IS EEN REGISTERGOED EN OP ALLE REGISTERGOEDEREN KUN JE HYPOTHEEK VESTIGEN, IN TEGENSTELLING TOT BIJ ERFPACHT HEB JIJ BIJ RECHT VAN OPSTAL HORIZONTALE SCHEIDING EN DAARMEE VOORKOM JE DAT DE OPSTALLEN DOOR NATREKKING EIGENDOM WORDEN VAN DE GRONDEIGENAAR, STERKER DEZE DIENT AAN HET EINDE VAN DE TERMIJN DE WAARDE IN HET ECONOMISCH VERKEER TE VERGOEDEN AAN DE EIGENAAR VAN DE OPSTALLEN

13 C

A EN B KUNNEN NIET WANT ELS VALT NIET ONDER DE PENSIOENWET, D KAN NIET WANT OUDEDAGRESERVE GELDT ALLEEN BIJ ZELFSTANDIG ONDERNEMERS EN NIET BIJ BV

14 a

Vraag 15 : A
Bij levensloop betaal je de premies gewoon wel over de werknemersverzekeringen. Jij bent dus gewoon verzekerd. Naast de belasting wordt ook de inkomensafhankelijke bijdrage verlaagt. Deze wordt pas verschuldigd indien het inkomen wordt genoten, dus in het jaar van opname.

Belasting- en premieheffing
Een werknemer spaart belastingvrij. Pas als hij geld opneemt, betaalt hij loonbelasting en de inkomensafhankelijke bijdrage voor zijn zorgverzekering. Over de inleg op de levensloopregeling worden wel de premies voor de werknemersverzekeringen ingehouden. Hierdoor heeft de levensloopregeling geen gevolgen voor een eventuele WW-uitkering of arbeidsongeschiktheidsuitkering.

Vraag 16 :
Rating wordt verhoogd, dat houdt in dat het risico afneemt. Rente is een vergoeding voor risico. Doordat risico afneemt dus ook de rente, er kunnen dus betere condities worden verkregen. Dit uiteraard zowel voor de korte als voor de langere termijn, en daarmee antwoord c.
Overigens hebben ratingagencies zowel korte als lange termijn beoordelingen !
===============================================
vraag 17 a

vraag 18 A NIHIL !!!!!!

erfenis 180.000 , 8 kinderen en een echtgenote, levert op 20.000 per persoon
vrijstelling van ca 10.000 per kind, moeder boven de 500.000, echter de vrijstelling per kind vervalt op moment dat er meer wordt ontvangen dan 27.309
dat is niet het geval , want 20.000 is minder dan 27.309

20.000 - 10.323 = 9.676 = verschil

5% in de eerste schijf per kind

3870.40 = antwoord B
afronding op examen is dan verkeerd, 3871 :)
DEZE IS HET ECHTER NIET WANT :

erfenis = 180.000 / 9 = 20.000 per persoon dat is meer dan de vrijstelling echter de vrijstelling van ca 10.000 euro telt toch want :

bij wettelijke verdeling is er schuld aan kinderen dus moet het vruchtgebruik worden bepaald , de schuld wordt dan afgewaardeerd cf art 10 successiewet als je de factor toepast , gegeven de leeftijd van moeder doe je dan factor 10 of 11 maal 6 % dan blijft er iets van 72 % over, of te wel dat is minder dan 10.000 dus onbelast voor de kinderen en ook onbelast voor de moeder

19 : b (kan worden :)
Let op:
Als uw kind ook andere inkomsten heeft, zal hij/zij per saldo waarschijnlijk wel inkomstenbelasting moeten betalen.
Houdt u bij het schenken aan uw studerende kinderen tevens rekening met de Wet studiefinanciering 2000. Deze wet stelt namelijk grenzen aan het inkomen van uw kinderen.
* Als de begunstigde minderjarig is, wordt zijn/haar inkomen opgeteld bij het inkomen van de ouders waardoor het belastingvoordeel mogelijk wegvalt.
Heeft het schenken van lijfrente-uitkeringen invloed op de te ontvangen studiefinanciering van mijn kind?
De studiefinanciering wordt niet gekort als het netto inkomen van het kind door deze uitkeringen niet boven een bepaalde grens komt.
Vraag 20
20000*5% = 1000
Ewf = 0,55 % * 20000 = 1100
Dus 1 1 00 euro antwoord D

vraag 21 :

D = 5.25% is het niet dit is de couponrente
C = 5.25/104.67 = 5.02 = couponrendement
B = onzin nl 104,67-4,67 = 100 % = de nominale waarde of te wel de afloskoers
Dus a is juist
4.67 / 3 = 1.55 koersverlies per jaar
5.25- 1.55 = 3.7

22 d alles binnen de 5 jaar geschonken dient ingebracht te worden ook de gelden aan derden om de legitimaire massa te bepalen, alle schenkingen aan legitimarissen dienen ook ingebracht te worden ook als dit langer geleden is dan 5 jaar
alsdus kom je uit op : 1.000.000 + 500.000 + 100.000 = 1.6 mio kidsdeel = 1/2 , legitimie portie daar weer de 1/2 van dus 400.000

23 C
Herlevingstermijn
Nog later, het lukt u niet ( herleving WW)
(of u bent meteen volledig als zelfstandige gestart)
gekoppeld aan duur toegekende WW-recht
minimaal 18 maanden
Maximaal 38 maanden
herlevingstermijn begint na afloop startperiode
resterende uitkering herleeft
24 D
Afkoop van een lijfrenteverzekering of bancaire lijfrente is fiscaal niet toegestaan. Dit brengt fiscale gevolgen met zich mee:
De waarde van de lijfrente wordt als negatieve uitgave voor inkomensvoorzieningen in aanmerking genomen in box 1. Deze waarde bedraagt minimaal de in aftrek gebrachte premies of inleg bij een lijfrenteverzekering resp. bancaire lijfrente in de opbouwfase.
Over de waarde in het economische verkeer (dit is de afkoopwaarde) is 20% revisierente verschuldigd. De belastingplichtige kan de Belastingdienst in bepaalde situaties verzoeken om een lager rentepercentage te hanteren. Overigens is bij afkoop van een pre-BHW-lijfrenteverzekering geen revisierente verschuldigd.
Het afkopen van een lijfrente is een zeer lastige zaak. Het verdient dan ook aanbeveling bij het aangaan van een dergelijke pensioenvoorziening in de privésfeer, uzelf uitvoerig te laten voorlichten, zeker indien u in gedachten neemt deze voorziening ooit op andere wijze te willen aanwenden.
echter :
In de wetgeving inzake het Belastingplan 2009 is als maximale waarde van een lijfrente c.q. maximaal tegoed van een lijfrentespaarrekening waarop de kleine-afkoopregeling van artikel 3.133, tweede lid, onderdeel d, respectievelijk 3.126a, vijfde lid, Wet inkomstenbelasting 2001 (verder: Wet IB 2001) van toepassing is, een bedrag van € 4.000 opgenomen. Aangezien genoemd bedrag in beide artikelen op grond van de indexering van art. 10.1 Wet IB 2001 jaarlijks wordt aangepast, geldt met ingang van 1 januari 2009 een bedrag van € 4.068 als maximum.
beide bedragen zijn kleiner in de casus dan het maximum dus afkoop toegestaan !!!!!!!!!
Vraag 25 : antwoord c

10000 400 10400 4000 0,04
14400 576 14976 4000
18976 759,04 19735,04 4000
23735,04 949,4016 24684,44 4000
28684,44 1147,378 29831,82 4000
33831,82 1353,273 35185,09 4000
39185,09 1567,404 40752,5 4000
44752,5 1790,1 46542,6 4000
50542,6 2021,704 52564,3 4000
56564,3 2262,572 58826,87 4000
62826,87 2513,075 65339,95 4000
69339,95 2773,598 72113,54 4000
76113,54 3044,542 79158,09 4000
83158,09 3326,323 86484,41 4000
90484,41 3619,376 94103,79 4000
98103,79 3924,151 102027,9 4000
106027,9 4241,117 110269,1 4000
114269,1 4570,762 118839,8 4000
122839,8 4913,593 127753,4 4000
131753,4 202828.

OPMERKING ER WORDT AAN HET BEGIN VAN HET JAAR GESTORT DUS NOG 11 JAAR OPRENTEN

Vraag 26 antwoord d
Voor het hebben van een eigen woning schuld is het niet vereist dat er een hypothecaire inschrijving is, dat de overeenkomst is geregistreerd bij de belastingdienst of dat eea bij notariële akte gebeurd. Enkel het doel is voldoende, nl dat deze is gebruikt voor de eigen woning, aankoop of verbouwing (verbouwing of verbetering)

Vraag 27 : Antwoord b = juist
Er zijn drie verschillende pensioensystemen:
De uitkeringsovereenkomst
• De kapitaalovereenkomst
• De premieovereenkomst
Een uitkeringsovereenkomst wordt gebruikt wanneer de hoogte van een pensioenuitkering al vaststaat bij ingang van het pensioen. Deze uitkeringsovereenkomst is gerelateerd aan een eindloonregeling en een middelloonregeling. Hierbij loopt de werknemer geen risico qua beleggingen, dit risico is compleet voor de pensioenuitvoerder.
Een kapitaalovereenkomst wordt gebruikt als de hoogte van het vermogen bij ingang van het pensioen al vaststaat. Het vermogen moet op de pensioendatum omgezet worden in een uitkering die per periode wordt uitgekeerd. Natuurlijk tegen actueel geldende lijfrentetarieven. Ook hier is het beleggingsrisico gedurende de opbouwfase voor de pensioenuitvoerder maar het langlevenrisico voor de werknemer.
De premieovereenkomst wordt uitgevoerd als de pensioenuitvoerder de beleggingsvrijheid heeft en daarvoor verantwoordelijk is. De pensioendeelnemer kan echter zelf ook de mogelijkheid hebben de beleggingen zelf te doen. Als de pensioendeelnemer dit heeft gedaan, dan adviseert de pensioenuitvoerder de pensioendeelnemer nog wel over onder andere een eventuele spreiding van beleggingen in verband met de duur van de tijd tot aan de pensioendatum. De pensioenuitvoerder adviseert dus voornamelijk om te zorgen dat het beleggingsrisico niet al te groot wordt. De pensioenuitvoerder onderzoekt éénmaal in het jaar hoe het gaat met de beleggingen van de pensioendeelnemer
OPMERKING : Art. 10 PW. Vraagstelling rammelt: bij woord 'pensioenovereenkomst' zal 'premieovereenkomst' zijn bedoeld….
Vraag 28 antwoord c
400000 20000 420000 32097 0,05
387903 19395,15 407298,2 32097
375201,2 18760,06 393961,2 32097
361864,2 18093,21 379957,4 32097
347860,4 17393,02 365253,4 32097
333156,4 16657,82 349814,3 32097
317717,3 15885,86 333603,1 32097
301506,1 15075,31 316581,4 32097
284484,4 14224,22 298708,7 32097
266611,7 13330,58 279942,2 32097
247845,2 12392,26 260237,5 32097
228140,5 11407,02 239547,5 32097
207450,5 10372,53 217823 32097
185726 9286,302 195012,3 32097
162915,3 8145,767 171061,1 32097
138964,1 6948,206 145912,3 32097
113815,3 5690,766 119506,1 32097
87409,09 4370,454 91779,54 32097
59682,54 2984,127 62666,67 32097
30569,67 1528,483 32098,15 32097
0
vraag 29 = b want :

Natuurschoonwet (NSW)
De Natuurschoonwet 1928 (NSW) maakt belastingbesparing voor u mogelijk. Wanneer uw gronden en (zo mogelijk) opstallen onder de natuurschoonwet gerangschikt zijn, gelden er voor diverse belastingvormen aangepaste tarieven. Om in aanmerking te komen voor rangschikking moet u beschikken over 5 hectare aaneengesloten gronden waarvan minimaal 30% bestaat uit bos of natuur
Box 1 :
Er geldt een gereduceerde WOZ-waarde en daarmee een lagere bijtelling in box 1 van de inkomstenbelasting voor de ‘eigen woning’.
Box 3 :
Vermogenrendementsheffing
Voor uw NSW-gerangschikte gronden in privé bezit (box 3) betaalt u geen vermogenrendementsheffing (effectief 1,2 %).

• De grond die tot een landgoed behoort is vrijgesteld van OZB en inkomstenbelasting in Box 3
• Een woning die tot een landgoed behoort wordt lager gewaardeerd voor OZB en inkomstenbelasting in Box 1

Voor de vermogensrendementsheffing in box 3 van de inkomstenbelasting geldt een
volledige vrijstelling, met uitzondering van de daarop gebouwde eigendommen.
Voor de gebouwde eigendommen geldt in box 3 dat als deze als tweede woning de
belastingplichtige in belangrijke mate ter beschikking staat, eveneens van de lagere
WOZ-waarde mag worden uitgegaan
dit is echter niet van toepassing want de woning is verhuurd !!!!!!!!!!!!!!!!!!!!! dus waarde in het vrije economische verkeer !
dus niet a !

• Een woning die tot een landgoed behoort wordt lager gewaardeerd voor OZB en inkomstenbelasting in Box 1

deze zit dus niet in box 3 !

Als een landgoed is gerangschikt onder de Natuurschoonwet, dan profiteert u van de
volgende fiscale faciliteiten:
1. Er geldt een gereduceerde WOZ-waarde en daarmee een lagere bijtelling in box 1
van de inkomstenbelasting voor de ‘eigen woning’.
2. Voor de vermogensrendementsheffing in box 3 van de inkomstenbelasting geldt een
volledige vrijstelling, met uitzondering van de daarop gebouwde eigendommen.
Voor de gebouwde eigendommen geldt in box 3 dat als deze als tweede woning de
belastingplichtige in belangrijke mate ter beschikking staat, eveneens van de lagere
WOZ-waarde mag worden uitgegaan. De vrijstelling in box 3 geldt overigens niet
voor zogenaamde “blote eigenaren”.
30 b artikel 178 schenkingen gedurende ziekte gedaan aan geestelijk verzorger , huisarts of leiding van het verzorgingshuis zijn aantastbaar, echter schenkingen aan het tehuis zelf dus niet , deze is dus onaantastbaar, de schenking aan de arts is aantastbaar

hierover zijn overigens niet alle meningen het eens, de juristen onder ons zeggen b, echter er zijn ook ffp-ers die uitgaan van a, vooralsnog houden wij het maar op b.

Missie Pe-opleidingen.nl

Voor Permanente Educatie(=PE) en /of examen-gerichte opleidingen en trainingen voor financieel adviseurs en makelaars. Zoals : Trainingen voor het Dutch securities institute (DSI), Leergangen hypothecair planner (LHP), Leergangen & opleidingen voor de Federatie Financieel Planner (FFP), Opleidingen en cursussen voor de erkend hypotheekadviseur (SEH),bedrijfstrainingen  en cursussen voor de financieel adviseur in het kader van de wet op het financieel toezicht (WFT) alsmede opleidingen-vastgoed voor o.a. Makelaars en assistent Makelaars. 

WERKLOOS EN OPLEIDINGEN ?

Reorganisatie trajecten

Pe-opleidingen.nl werkt samen met het RBO en het UWV. Door deze samenwerking kan Pe-opleidingen.nl in springen bij reorganisatie trajecten en scholingstrajecten die door het UWV worden bekostigd. Lees verder bij : ww-en-opleidingen